honkbal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een honkbalveld

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • honk·bal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord honkbal honkballen
verkleinwoord honkballetje honkballetjes

Zelfstandig naamwoord

honkbal

  1. o (sport) een spel waarbij een bal met een knuppel geslagen wordt en de spelers langs een drietal honken trachten rond te lopen tot zij weer de thuisplaat bereiken
  2. m een kleine harde bal gebruikt voor [1]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
honkballen

honkbal

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van honkballen
    • Ik honkbal. 
  2. gebiedende wijs van honkballen
    • Honkbal! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van honkballen
    • Honkbal je?