tennis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Tennis

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ten·nis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tennis -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tennis o

  1. (sport) balsport
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
tennissen

tennis

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tennissen
    • Ik tennis. 
  2. gebiedende wijs van tennissen
    • Tennis! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tennissen
    • Tennis je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Italiaans

enkelvoud meervoud
tennis -


Woordafbreking
  • ten·nis

Zelfstandig naamwoord

tennis m

  1. (sport) tennis


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ten·nis

Zelfstandig naamwoord

tennis m

  1. (sport) tennis
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tennis     tennisen     -     -  
genitief   tennis'     tennisens     -     -  
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • spille tennis
tennissen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ten·nis

Zelfstandig naamwoord

tennis m

  1. (sport) tennis
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tennis     tennisen     -     -  
genitief                        
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • profesjonell tennis
het professionele tennis