polsstokhoogspringen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pols·stok·hoog·sprin·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
polsstokhoogspringen


onvolledig

Werkwoord

polsstokhoogspringen

  1. (sport) het met een lange stok springen over een hooggelegen lat springen
    • Twee atleten waren aan het polsstokhoogspringen om te oefenen voor de wedstrijd. 
Synoniemen

Meer informatie

Gangbaarheid