sportzak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sport·zak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sportzak sportzakken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sportzak m

  1. tas waarin men zijn sportspullen kan bewaren en vervoeren
    • ‘We proberen elk club afzonderlijk te adviseren over hoe zij de risico’s kunnen inperken die bij smartphonegebruik horen, afhankelijk van hun accommodatie en clubcultuur, maar het begint natuurlijk bij het maken van goede afspraken, zoals wanneer en waar de smartphone in de sportzak hoort te blijven.’[1] 
    • Bij havenarbeider Renzo Q, de ‘penningmeester’ van de bende, werd in sportzakken ruim één miljoen euro aan contanten gevonden. Bij een vrouwelijk lid van de bende werd dan weer een voorraadje van twee kilo cocaïne gevonden.[2] 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Standaard 22/02/2017 om 12:50 door edm ‘Smartphones horen niet thuis in de kleedkamer’
  2. de Standaard 08/10/2015 om 08:06 door jvt Antwerps gerecht rolt cocaïnenetwerk op