sudoku

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een sudoku.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • su·do·ku
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het Japanse woord 数独 (sūdoku).
enkelvoud meervoud
naamwoord sudoku sudoku's
verkleinwoord sudokuutje sudokuutjes

Zelfstandig naamwoord

sudoku m

  1. (spel) een invulspel met cijfers dat afkomstig is uit Japan
    • Ik wil nog even m'n sudoku'tje afmaken. 

Werkwoord

vervoeging van
sudokuen

sudoku

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sudokuen
    • Ik sudoku. 
  2. gebiedende wijs van sudokuen
    • Sudoku! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sudokuen
    • Sudoku je? 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ˈzyːdoːkyː/ (Etsbergs)
Woordherkomst en -opbouw
  • Schriftelijk leenwoord van het Nederlands.

Zelfstandig naamwoord

sudoku m

  1. sudoku
Verbuiging