zwemmen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwem·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zwemmen
'zʋɛmə(n)
zwom
zʋɔm
gezwommen
ɣə'zʋɔmə(n)
klasse 3 volledig

Werkwoord

zwemmen

  1. (sport) inergatief zich gecoördineerd door het water voortbewegen
    • Hij heeft altijd veel gezwommen. 
  2. ergatief zwemmend ergens heen gaan
    • Hij is naar de andere kant gezwommen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie