amateursport
Uiterlijk
- Geluid: amateursport (hulp, bestand)
- IPA: / amaˈtørspɔrt / (4 lettergrepen)
- ama·teur·sport
- samenstelling van amateur zn en sport zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | amateursport | amateursporten |
| verkleinwoord |
- (sport) sport die wordt beoefend door onbetaalde liefhebbers
- ▸ "Zeg niet dat tophockey in de sector amateursport wordt geplaatst. Dat is niet waar", zegt Rob Almering. De voorzitter van de hockeyclub HC Den Bosch doet een beroep op de politiek en pleit voor een gelijke behandeling met het profvoetbal.[1]
- ▸ De amateursport komt weer op gang. Clubs zijn financieel getroffen en moeten nu omgaan met alle corona-richtlijnen. "De jeugdsporters doen het fantastisch. Maar de volwassenen moet je af en toe een tikje op de vingers geven."[2]
- Het woord amateursport staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron NOS Sport“Bossche sportbestuurder Almering: 'Erken dat tophockey topsport is'” (Donderdag 15 oktober 2020, 19:12), NOS - ↑
Weblink bron Maandag 25 mei 2020, 22:43“Sportclubs blijven voorlopig overeind, maar dichte kantines zijn aderlating” (Maandag 25 mei 2020, 22:43), NOS
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal