zweefvliegen

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zweef·vlie·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zweefvliegen
zweefvliegde
gezweefvliegd
zwak -d volledig

Werkwoord

zweefvliegen

  1. inergatief (sport) vliegen en besturen van een zweefvliegtuig
    • Er wordt daar veel gezweefvliegd. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Simosyrphus grandicornis, Australië
enkelvoud meervoud
naamwoord zweefvliegen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zweefvliegen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zweefvlieg
  2. meervoudsvorm als officiële benaming (tweevleugeligen) Syrphidae op Wikispecies een familie van insecten uit de orde vliegen en muggen of tweevleugeligen (Diptera). In Nederland zijn 363 soorten zweefvliegen waargenomen, 303 daarvan worden als inheems beschouwd. Sommige andere vliegenfamilies vertonen gelijkende kenmerken, zoals de familie van de wolzwevers (Bombyliidae)
Hyperoniemen
Hyponiemen (in taxonomische zin)
Afgeleide begrippen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be