military

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

2. Een moment uit de military van Boekelo in 2013
Uitspraak
Woordafbreking
  • mi·li·ta·ry
Woordherkomst en -opbouw
  • als benaming sport uit het Frans dat het Engelse military gebruikte omdat het oorspronkelijk om een sport voor officieren ging, terwijl die in het Engels nooit zo werd genoemd; in de betekenis "bepaalde paardenwedstrijd" aangetroffen vanaf 1936 [1][2]
enkelvoud meervoud
naamwoord military military's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

military m

  1. (sport) (paardrijden) (verouderd) meerkamp voor ruiters bestaande uit een crosscountry, een springwedstrijd en een dressuurproef
    De term werd voor de tak van sport, een wedstrijd daarbinnen en soms voor de crosscountry als karakteristiek onderdeel gebruikt. Tegenwoordig zijn de synoniemen meer gangbaar.
Synoniemen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
59 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
military -

Zelfstandig naamwoord

military

  1. strijdkrachten, leger
stellend vergrotend overtreffend
military - -

Bijvoeglijk naamwoord

military

  1. militair