sportkleding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sport·kle·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sportkleding
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sportkleding v

  1. kleding die speciaal geschikt is om in de sporten
    • Voor wielrennen heb je speciale sportkleding nodig. 

Meer informatie

Gangbaarheid