Naar inhoud springen

sportschool

Uit WikiWoordenboek
  • sport·school
enkelvoud meervoud
naamwoord sportschool sportscholen
verkleinwoord sportschooltje sportschooltjes

desportschoolv/m

  1. (sport) instelling waar men conditie- en krachttraining kan doen
     Zweden koos aan het begin van de coronacrisis een aanpak die afweek van die in veel andere landen in Europa: scholen, sportscholen, horecazaken en winkels bleven open.[1]
     Zo staat er nu een automaat in een sportschool en een bij een kapper. "Het idee is dat je locaties zoekt die er behoefte aan hebben. Het kostte de kapperszaak bijvoorbeeld zelf geld om drinken te regelen, dus dat doen wij nu voor hen."[2]
  2. (sport) (onderwijs) (in mindere mate) opleidingsinstituut voor sportinstructeurs -> sportacademie
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Bronlink Weblink bron “Brein achter omstreden Zweedse coronastrategie geeft fouten toe” (03-06-2020), Tubantia
  2. Bronlink geraadpleegd op 5 april 2025 Weblink bron
    Pomme Rademaker
    “Bijverdienen met een verkoopautomaat bij kapper of sportschool is in trek” (5 april 2025), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be