sportschool

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sport·school
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sportschool sportscholen
verkleinwoord sportschooltje sportschooltjes

Zelfstandig naamwoord

sportschool v / m

  1. (sport) instelling waar men conditie- en krachttraining kan doen
  2. (sport) (onderwijs) (in mindere mate) opleidingsinstituut voor sportinstructeurs -> sportacademie
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie