enkelvoud

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·kel·voud
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord enkelvoud enkelvouden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud o [1]

  1. een woord dat in die vorm naar één voorwerp of mens verwijst of dat aanduidt dat slechts één persoon de handeling uitvoert
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal