schermen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scher·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schermen
schermde
geschermd
zwak -d volledig

Werkwoord

schermen

  1. volgens regels een oefengevecht houden met een blank wapen of een stok
    Zij schermen al jaren samen en zijn ondertussen erg goed geworden.

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

schermen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord scherm