vermaken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van maken met het voorvoegsel ver-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vermaken
vermaakte
vermaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

vermaken

  1. overgankelijk iemand prettig en leuk bezighouden
    • Zij vermaken hun gasten met interessante verhalen. 
  2. overgankelijk een kledingstuk veranderen
    • Omdat zij erg klein zijn, vermaken zij hun broeken altijd zo dat ze niet op de pijpen gaan staan. 
  3. overgankelijk (juridisch) iets in een testament toebedelen
    • Zij vermaken hun huis aan hun enige kind. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.