basketbal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bas·ket·bal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord basketbal basketballen
verkleinwoord basketballetje basketballetjes

Zelfstandig naamwoord

basketbal

  1. o (sport) een sport gespeeld door twee teams van vijf spelers die punten scoren door een bal in de korf van de tegenstander te gooien
  2. m bal voor het spelen van basketbal.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie