genitief

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ni·tief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord genitief genitieven
verkleinwoord genitiefje genitiefjes

Zelfstandig naamwoord

genitief m

  1. (grammatica) een van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen die oorspronkelijk een oorzakelijk voorwerp aanduidde, later vooral een bezitsrelatie
     De genitief is de tweede naamval in de meeste Europese talen en wordt gebruikt om aan te geven van wie of wat iets is.[4]
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Typische woordcombinaties
Vertalingen

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen


Achterhoeks

Zelfstandig naamwoord

genitief

  1. (grammatica) genitief; een van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen die oorspronkelijk een oorzakelijk voorwerp aanduidde, later vooral een bezitsrelatie

Meer informatie


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

genitief

  1. (grammatica) genitief; een van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen die oorspronkelijk een oorzakelijk voorwerp aanduidde, later vooral een bezitsrelatie
Synoniemen

Meer informatie


Limburgs

Zelfstandig naamwoord

genitief

  1. (grammatica) genitief; een van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen die oorspronkelijk een oorzakelijk voorwerp aanduidde, later vooral een bezitsrelatie
Synoniemen

Meer informatie


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

genitief

  1. (grammatica) genitief; een van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen die oorspronkelijk een oorzakelijk voorwerp aanduidde, later vooral een bezitsrelatie

Meer informatie