bungeejumpen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bun·gee·jum·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘van een hoog object springen aan een elastisch koord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1993 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord bungeejumpen -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bungeejumpen o

  1. (sport), van een hoog object springen, waarbij de voeten aan een elastisch koord vastzitten dat precies zo lang is, dat men de grond niet raakt.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen