roeien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • roei·en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
roeien
roeide
geroeid
zwak -d volledig

Werkwoord

roeien

  1. (ergatief), (scheepvaart) zich met behulp van roeispanen in een boot ergens begeven
    Hij was naar de overkant geroeid.
  2. (inergatief) (sport) een wedstrijdsport waarbij een bepaalde baan zo snel mogelijk roeiend [1] afgelegd moet worden
    Er wordt geroeid om het Europees Kampioenschap.
Vertalingen