go

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelengelse gon.
vervoeging
onbepaalde wijs to go
he/she/it goes
verleden tijd went
voltooid
deelwoord
gone
onvoltooid
deelwoord
going
gebiedende wijs go

Werkwoord

go

  1. onovergankelijk (tweeletterwoord) gaan
    «Where are you going
    Waar ga je naartoe?
  2. onovergankelijk vertrekken
    «It's time to go
    Het is tijd om te vertrekken.
Vaste voorzetsels

to go away

to go on

  • verder gaan

to go out

Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • as things go
in het algemeen
  • to go absent
afwezig blijven
  • to go blind
blind worden
  • to go missing
teloorgaan
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Engels

aaabadaeagahaialamanarasatawaxaybabebibobydadedidoedefehelemeneresetexfafigigohahehihmhoidifinisitjokakilalilomamemimmmomumynanenonuodoeofohoiomonoporosowoxoypapepiqireshsisotatitouhumunupusutwewoxixuyayeyoza


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

go v

  1. (spreektaal) vrouw, meisje, vriendin
    «T’as jamais de go, t’es pas gay quand même?»
    Je hebt nooit een vriendin, je bent toch niet gay? [1]
Schrijfwijzen

Verwijzingen