sportraad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sport·raad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sportraad sportraden
verkleinwoord sportraadje sportraadjes

Zelfstandig naamwoord

sportraad m

  1. (sport) adviesraad voor sportgerelateerde zaken
    • De sportraad van de gemeente. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.