barreau

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

barreau m

  1. tralie
  2. (spreektaal) erectie, stijve
    «Le keum qui danse avec la meuf là-bas, il a le barreau grave.»
    De kerel die daar met die griet danst heeft een ontzettende stijve. [1]

Verwijzingen