sprint

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sprint
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sprint sprints
verkleinwoord sprintje sprintjes

Zelfstandig naamwoord

sprint m

  1. wedstrijd over korte afstand, een korte tijd iets met grote snelheid doen
    • Daphne Schippers is een wereldkampioene op de 200 meter sprint. 


Werkwoord

vervoeging van
sprinten

sprint

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van sprinten
  2. gebiedende wijs van sprinten


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie