sportcafé

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sport·ca·fé
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sportcafé sportcafés
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

sportcafé o

  1. (sport)

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.