tafeltennis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·fel·ten·nis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tafeltennis -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tafeltennis o

  1. (sport) een spel waarbij twee spelers, ieder met een batje, een pingpongbal op tafel houden
    • Diegene die het eerst elf punten heeft wint een game bij tafeltennis. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie