zaalsport

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaal·sport
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaalsport zaalsporten
verkleinwoord zaalsportje zaalsportjes

Zelfstandig naamwoord

zaalsport m/v

  1. (sport) een in een zaal beoefende sport
    • Doet u aan buitensport of aan zaalsport. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie