frisbee

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fris·bee
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘werpschijf’ voor het eerst aangetroffen in 1971 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord frisbee frisbees
verkleinwoord frisbeetje frisbeetjes

Zelfstandig naamwoord

frisbee m

  1. plastic ronde schijf die je naar elkaar overgooit
    • Frisbees zijn gewoonlijk uitgevoerd in plastic, hebben een diameter van ongeveer 20 tot 30 cm en een boord. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen