softbal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • soft·bal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord softbal -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

softbal o

  1. (sport), een op honkbal lijkende balsport waarbij de pitcher echter ondershands werpt, en waarbij gespeeld wordt met een iets grotere bal, op een kleiner veld en met enkele verschillen in de spelregels.
enkelvoud meervoud
naamwoord softbal softballen
verkleinwoord softballetje softballetjes

Zelfstandig naamwoord

softbal m

  1. bal waarmee gesoftbald wordt.
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
softballen

softbal

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van softballen
    • Ik softbal. 
  2. gebiedende wijs van softballen
    • Softbal! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van softballen
    • Softbal je?