puzzelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Puzzelen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • puz·ze·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
puzzelen
puzzelde
gepuzzeld
zwak -d volledig

Werkwoord

puzzelen

  1. oplossen van raadsels en puzzels

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.