meervoud

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meer·voud
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord meervoud meervouden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

meervoud o

  1. woord dat in die vorm aan meerdere voorwerpen, mensen of dieren refereert
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen