Naar inhoud springen

worstelen

Uit WikiWoordenboek
Grieks-Romeins worstelen op de Olympische Spelen in 2004.
  • wor·ste·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
worstelen
worstelde
geworsteld
zwak -d volledig

worstelen

  1. inergatief (sport) een vorm van lichamelijke strijd waarbij men de tegenstander op de rug tracht te leggen
    • Hij heeft al sinds zijn middelbareschooltijd veel geworsteld. 
  2. inergatief (figuurlijk) een moeizame en gedurige strijd leveren
    • Zij worstelden al enige tijd met de gevolgen van de ineenstorting van Wall Street. 
     Voorlopig zijn de artsen met hun scalpels weggestuurd, en de Brandts worstelen alsof ze onder water worden gehouden, doodsbang dat Thea schade heeft opgelopen die niet meer teruggedraaid kan worden.[4]
     En omdat hij al een volwassen boom was toen u hem ontmoette, had u dus ook geen kennis van de jaren dat hij moest worstelen met droogte en ziekte en u kon dus ook niet weten hoe diep hij werkelijk wortelde in zijn Bosnische verleden.[5]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]