bobsleeën

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bob·slee·en
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bobsleeën
bobsleede
gebobsleed
zwak -d volledig

Werkwoord

bobsleeën o

  1. (sport) een sport bedrijven waarbij een bochtig ijsparcours wordt afgelegd in een bestuurbare slee
Vertalingen

Werkwoord

bobsleeën

  1. het beoefenen van de bobsleesport

Zelfstandig naamwoord

bobsleeën mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bobslee

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie