-er

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Huidig
bestand
1.364


Woordafbreking
  • -er
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord -er -ers
verkleinwoord

Achtervoegsel

-er (vormt een zelfstandig naamwoord m)[2]

  1. toegevoegd aan de stam van een overgankelijk of inergatief werkwoord: het agens dat de actie van het werkwoord uitvoert
  2. toegevoegd aan de eigennaam van sommige plaatsen en gebieden: de aanduiding van een mannelijke inwoner of ingezetene
  3. instrument waarmee de handeling wordt verricht die het grondwoord noemt

-er (vormt een bijvoeglijk naamwoord)[3]

  1. toegevoegd aan een bijvoeglijk naamwoord: de vergelijkende vorm
  2. toegevoegd aan de eigennaam van sommige plaatsen en gebieden: ter aanduiding van wat daar vandaan komt of er betrekking op heeft

-er (vormt een werkwoord)[4][5]

  1. (verouderd) toegevoegd direct na de stam van een werkwoord, voor een eventuele uitgang levert het een frequentatief op, dat herhaling en intensiteit uitdrukt
    • Zij knipperde met haar ogen toen ze uit de donkere berging weer in de hel verlichte keuken kwam. 
Verwante begrippen
  • [zelfstandig naamwoord 1,2] -ster (vrouwelijk), -ers (meervoud)
  • [bijvoeglijk naamwoord 1] -st (overtreffende trap), -s (partitief)
  • [bijvoeglijk naamwoord 2] -s
  • [werkwoord] -el
Afgeleide begrippen

Verwijzingen


Duits

Achtervoegsel

-er

  1. toegevoegd aan de stam van een overgankelijk of inergatief werkwoord: het agens dat de actie van het werkwoord uitvoert
  2. toegevoegd aan de eigennaam van sommige plaatsen en gebieden: de aanduiding van een mannelijke inwoner of ingezetene
  3. toegevoegd aan een bijvoeglijk naamwoord: de vergelijkende vorm


Frans

Achtervoegsel

-er

  1. Achtervoegsel van werkwoorden van de eerste verbuiging
    • ambulare → aller 
  2. Maakt van zelfstandige naamwoorden een werkwoord
    • charge → charger