zwabber

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwab·ber
enkelvoud meervoud
naamwoord zwabber zwabbers
verkleinwoord zwabbertje zwabbertjes

Zelfstandig naamwoord

zwabber m

  1. uit draden bestaande schoonmaakhulpmiddel op een steel
    • Een zwabber is een handig hulpmiddel voor een schoonmaker. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zwabberen

zwabber

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwabberen
    • Ik zwabber. 
  2. gebiedende wijs van zwabberen
    • Zwabber! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwabberen
    • Zwabber je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie