banner

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ban·ner
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord banner banners
verkleinwoord bannertje bannertjes

Zelfstandig naamwoord

banner m

  1. (internet) horizontale strook aan de bovenkant van een webpagina's die kan worden gebruikt voor advertenties
     Op plus.nl staat net nu een banner: ontdek de reis van jouw banaan van de plantage in Colombia tot in je winkelmand.[1]
  2. reclame of andere informatie afgedruk op een verticaal gespannen strook van flexibel materiaal
     ‘Welcome home’, staat er op een grote banner bij de entree van het stadion.[2]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 9 februari 2020 Weblink bron Martine Kamsma “Klimaatneutrale thee, bestaat dat?” (14 oktober 2019) op nrc.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 9 februari 2020 Weblink bron Fabian van der Poll “Het ingestorte dak schiep ook een band binnen AZ” (13 december 2019) op nrc.nl


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
banner banners

Zelfstandig naamwoord

banner

  1. vaandel, banier
  2. spandoek
  3. (militair) (geschiedenis) vendel, groep soldaten die onder hetzelfde vaandel strijdt
  4. (figuurlijk) leus
  5. (media) strook bovenaan een voorpagina met de naam van een krant of een strook boven een artikel met een kop boven de eigenlijke titel
  6. (internet) banner horizontale strook aan de bovenkant van een webpagina's die kan worden gebruikt voor advertenties
Overerving en ontlening