ijzer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Periodiek systeem der elementen (nld)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Nh Fl Mc Lv Ts Og
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr
Uitspraak
Woordafbreking
  • ij·zer
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Keltisch, in de betekenis van ‘chemisch element’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord ijzer ijzers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ijzer o

  1. (scheikunde), (element) een scheikundig element met het symbool Fe en het atoomnummer 26. Het is een grijs overgangsmetaal. Het is instaat om warmte en elektriciteit te geleiden in vaste toestand
    • Te Ter-Neuzen (thans Terneuzen) werden een paar jaren geleden, hoofdzakelijk door Belgisch kapitaal, groote fabrieken gebouwd ter bewerking van ijzer en staal. [2] 
  2. een veel gebruikt bouwmateriaal (meestal beschermd door een laagje zink en/of verf)
  3. (sport) een soort golfclub gebruikt in golf.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen