couper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
couper
coupais
coupé
eerste groep volledig

Werkwoord

couper

  1. snijden, snoeien
  2. (spreektaal) afzetten
    «Tu peux couper la zik s'il te plaît?»
    Kan je de muziek afzetten asjeblief?. [1]
  3. (spreektaal) zich onttrekken aan
    «Cette visite? Je n’y couperai pas.»
    Dat bezoek? Daar kom ik niet onderuit. [1]
  4. (spreektaal) castreren [1]

Verwijzingen