lastgever

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • last·ge·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lastgever lastgevers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lastgever m [1]

  1. iemand die iemand anders een (politieke) opdracht geeft
    • Maar wie was nou de ‘forensische’ instantie die zo nodig met een duimstok in dat graf wilde snuffelen? Zat er een serieuze lastgever achter? Waarom noemde de directeur zich dan Willem van Spanje? En waarom werd het nieuws van de afwijzing op 14 juni zelfs in een kwaliteitskrant als NRC Handelsblad gepubliceerd? [2] 
    • Voor Hernandez en Kortenoeven was de grondwettelijke bepaling dat Kamerleden worden geacht ‘zonder last’ te stemmen al die tijd een betekenisloos voorschrift. Wilders was hun lastgever en zij hadden maar te gehoorzamen, evenals hun fractiegenoten. [3] 
  2. iemand die iemand anders een volmacht geeft
    • Dat zo’n lastgeving of volmacht als een buitengerechtelijke bescherming wordt aangezien, is vreemd. Het beschermt niets of niemand. De lastgever kan nog altijd zelf handelen. Iemand die dement wordt en gekke dingen doet met zijn geld, heeft niets aan die volmacht. Daarvoor is een bewind noodzakelijk. Want alleen dat kan beletten dat die persoon zelf handelt. Pas dan wordt hij echt beschermd. [4] 
    • Door de registratie kan de volmacht doorlopen als er een bewindvoerder wordt aangesteld of als de lastgever de uitvoering ervan niet meer kan controleren. [5] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Jan Blokker 18 juni 2010 Waarom zou ik Willem de Zwijger niet mogen meten?
  3. NRC Politiek CommentatorMarcel ten Hooven 10 juli 2012 Een democratisch wapen tegen Wilders' sekte
  4. De Standaard 29 NOVEMBER 2018 De zorgvolmacht: boer pas op je kippen
  5. De Standaard 30 AUGUSTUS 2014 Als de geest het laat afweten