kapucijner

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Blauwschokker Kapucijner rijserwt Pisum sativum.jpg
Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pu·cij·ner
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘soort van erwt’ voor het eerst aangetroffen in 1854 [1]
  • erwt [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kapucijner kapucijners
verkleinwoord kapucijnertje kapucijnertjes

Zelfstandig naamwoord

kapucijner m [3]

  1. (voeding) een erwt die bruin is na koken en dan ook veel lijkt op een bruine boon
    • Kapucijners zien eruit als kleine doperwten, maar de peul is paarsbruin in plaats van groen en de vruchtjes zelf zijn wat grijziger. Je dopt ze door in de punt te knijpen. Dan barsten de peulen open kun je de kostelijke inhoud er zo uitritsen. Voor een maaltje voor twee heb je al snel een kilo nodig, want na het doppen blijft er minder dan de helft van het gewicht over.[4] 
    • U weet natuurlijk dat ik lid ben van de BruineBonenbende, een stelletje enthousiastelingen dat publiekelijk de zegeningen roemt van de erwt, de boon, de kapucijner en verdere in peulen opgroeiende gezinsleden. [5]  
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen