viewer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vie·wer
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘optisch toestel’ voor het eerst aangetroffen in 1961 [1]
  • uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord viewer viewers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

viewer m

  1. een apparaat waarmee beeldmateriaal kunt bekijken
    • Een diaprojector is een viewer geschikt voor het bekijken van dia's 
  2. computerprogramma waarmee je de inhoud van een bestand kunt bekijken zonder die inhoud te kunnen wijzigen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.

Verwijzingen