kotser

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kot·ser
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van kotsen met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord kotser kotsers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kotser m

  1. persoon die regelmatig moet overgeven
     De 25-jarige filmster nam ook geen blad voor de mond toen ze werd gevraagd naar haar grootste flaters. ,,Ik ben een kotser", antwoordde ze. ,,Als ik gestrest en uitgeput ben, moet ik gewoon spugen.[1]
  2. persoon die gebraakt heeft
     Ze bespraken het laatste nieuws: het team van Volendam lag al een week wakker van de feestende amateurteams in hun hotel. Trainer Gert Kruys had ’s morgens een kotser voor zijn kamer aangetroffen.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Jennifer Lawrence: Ik haat Oud en nieuw” (30-12-2015), Tubantia
  2. Bronlink Weblink bron “Overwinteren met Vitesse, Ajax en AZ in Turkije” (19/01/2011), HP de Tijd