arbeider

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
arbeider

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·bei·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord arbeider arbeiders
verkleinwoord arbeidertje arbeidertjes

Zelfstandig naamwoord

arbeider m

  1. iemand die voor een loon arbeid levert
    Voor ongeschoolde arbeiders is er tegenwoordig weinig werk te vinden.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·bei·der
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Noorse werkwoord arbeide met het achtervoegsel -r
Naar frequentie 1569
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   arbeider     arbeideren     arbeidere     arbeiderne  
genitief   arbeiders     arbeiderens     arbeideres     arbeidernes  

Werkwoord

arbeider

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van arbeide

Zelfstandig naamwoord

arbeider, o

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van arbeid
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

arbeider

  1. arbeider
  2. (dierkunde) werkbij
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Opmerkingen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·bei·der

Werkwoord

arbeider

  1. verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van arbeida

Werkwoord

arbeider

  1. verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van arbeide