poker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·ker
enkelvoud meervoud
naamwoord poker -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

poker o

  1. (kaartspel) een spel waarbij op bepaalde combinaties van kaarten een, gewoonlijk geldelijke, inzet gedaan wordt
    Hij speelde graag poker met zijn vrienden.

Werkwoord

vervoeging van
pokeren

poker

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pokeren
    Ik poker.
  2. gebiedende wijs van pokeren
    Poker!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pokeren
    Poker je?