veldrijder
Uiterlijk

- Geluid: veldrijder (hulp, bestand)
- veld·rij·der
- naamwoord van handeling van veldrijden met het achtervoegsel -er
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | veldrijder | veldrijders |
| verkleinwoord | veldrijdertje | veldrijdertjes |
de veldrijder m
- (wielrennen) sporter die doet aan veldrijden
- Het woord veldrijder staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron “Iserbyt was Van der Poel tot last: 'Heb een paar keer geprikt'” (10-11-2019), NOS - ↑
Weblink bron “Van der Haar schrok even: 'Hé, ik rij weer voor de overwinning'” (10-11-2019), NOS