cognaat
Uiterlijk
- cog·naat
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cognaat | cognaten |
| verkleinwoord | cognaatje | cognaatjes |
de cognaat m
- (familie) bloedverwant van moederskant
- (taalkunde) woord dat van hetzelfde oudere woord afkomstig is
- Het Russische woord czaar is een cognaat van het Nederlandse keizer: ze stammen allebei af van Caesar in het Latijn.
bloedverwant
woord van zelfde afstamming
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | cognaat | cognater | cognaatst |
| verbogen | cognate | cognatere | cognaatste |
| partitief | cognaats | cognaters | - |
cognaat
- (taalkunde) met dezelfde etymologische herkomst
- Die twee woorden zijn cognaat.
- Het woord 'cognaat' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -aat in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Familie in het Nederlands
- Taalkunde in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal