tijger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een tijger

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tij·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘katachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord tijger tijgers
verkleinwoord tijgertje tijgertjes

Zelfstandig naamwoord

tijger m

  1. (dierkunde) Panthera tigris op Wikispecies, een krachtig roofdier met een geelachtige huid en donkere strepen
    • De tijger behoort tot de bedreigde diersoorten. 
    • De Bengaalse tijger leeft in Zuidoost-Azië. 
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een tandeloze tijger
Iets wat of iemand die machteloos staat
  • Een papieren tijger
Iets wat of iemand die ogenschijnlijk (bijv. op papier) veel macht heeft, maar in de praktijk weinig tot niets kan uitrichten
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
tijgeren

tijger

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tijgeren
    • Ik tijger. 
  2. gebiedende wijs van tijgeren
    • Tijger! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tijgeren
    • Tijger je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen