pinker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

pinker
Uitspraak
Woordafbreking
  • pin·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pinker pinkers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pinker m [1]

  1. knipperlicht op een motorvoertuig dat de richting aangeeft door te knipperen
  2. oogwimper
Synoniemen

Gangbaarheid

29 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen