verouderd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ou·derd
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verouderen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verouderd verouderder verouderdst
verbogen verouderde verouderdere verouderdste
partitief verouderds verouderders -

Bijvoeglijk naamwoord

verouderd

  1. niet meer van nu
    • De verouderde auto stond defect langs de kant. 
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
verouderen

verouderd

  1. voltooid deelwoord van verouderen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.