luster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

luster
Uitspraak
Woordafbreking
  • lus·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord luster lusters
verkleinwoord lustertje lustertjes

Zelfstandig naamwoord

luster m [2]

  1. hangende luchter, kroonkandelaar
Vertalingen

Gangbaarheid

49 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal