toner

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

fles met toner
Uitspraak
Woordafbreking
  • to·ner
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord toner toners
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

toner v/m [1]

  1. fijn poeder dat gebruikt wordt als inkt voor printers en kopieerapparaten
    • Maar sales blijft sales. Ik belde zo’n tachtig, negentig klanten op een dag en ik vroeg ze allemaal hetzelfde; of ze een offerte wilde voor toners en cartridges.[2] 
    • Of de Britse fotograaf Lawrence Lawry digitaal met de kleuren heeft gespeeld weten we niet zeker, maar wat hier wit lijkt is in werkelijkheid zeker zwart. In de vloeistof die hier haar verbazingwekkende kunsten vertoont, zit namelijk zwarte toner uit een laserprinter. Dat bevat ijzeroxide, oftewel roest. En dat ijzer veroorzaakt het vreemde gedrag van de vloeistof zodra er een magneet in de buurt komt.[3] 
  2. toonder
    • Volgens de officier van justitie toont een nauwkeurige studie van het logo dat de toner hiervan het nazisme verwerpt en zich hiervan distantieert. “Maar mensen op straat maken die nauwkeurige studie niet”, aldus de officier. Bij het zien van het hakenkruis zouden passanten ten onrechte kunnen denken dat het nazisme hier wel gesteund wordt, waardoor ongeregeldheden kunnen ontstaan.[4] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia Babette Rijkhoff 20-NOVEMBER-2017
  3. Volkskrant Martijn van Calmthout 19 november 2016,
  4. NRC Casper van der Veen 24 november 2016