catcher

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

catcher bij honkbal
catcher bij softball
Uitspraak
Woordafbreking
  • cat·cher
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vangman bij baseball’ voor het eerst aangetroffen in 1912 [1]
  • uit het Engels [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord catcher catchers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

catcher m [3]

  1. (sport) een speler in het honkbal of softbal die, als zijn team verdedigt, achter de thuisplaat gehurkt zit en de aangegooide ballen van de werper ontvangt
    • Als catcher won Girardi de World Series met de Yankees drie keer (in 1996, 1998 en 1999).[4] 
    • De 32-jarige oud-pitcher speelde met het Nederlands team samen met Jansen de World Baseball Classic in 2009. „Het was een aardige, rustige jongen die hard werkte. Toen was hij nog catcher en je zag wel dat hij een ijzersterke arm had, maar ik had nooit verwacht dat hij nu hier zou staan. Hij is misschien wel de beste afsluitende werper van de wereld.”[5] 
    • Het Nederlands honkbalteam moet verder zonder catcher en sleutelspeler Sidney de Jong. De 32-jarige wereldkampioen zet een punt achter zijn interlandcarrière. Hij speelde vorig jaar oktober op het door Nederland gewonnen wereldkampioenschap in Panama zijn 200ste en laatste interland. Daarnaast werd hij vier keer Europees kampioen met de Nederlandse ploeg.[6] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen